Wie is aansprakelijk? Een ongeluk zit in een klein hoekje
mr Gerrit J. Scheper
Steeds vaker worden werkgevers door werknemers aansprakelijk gesteld voor schade die zij hebben geleden tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden. Het betreft zeker niet alleen gevallen waarin de werkgever nalatig is geweest in het onderhoud van werktuigen en gereedschappen.
In 2005 is een werkgever nog aansprakelijk gesteld voor de schade die een werknemer heeft geleden doordat zijn hand in een machine bekneld was geraakt. De machine was voorzien van veiligheidsstickers en schriftelijke instructies waren van tevoren gegeven. Volgens de rechter was dit niet voldoende, de werkgever was aansprakelijk en werd gehouden om de schade te vergoeden.
Recht op uitkering
Dat een werkgever aansprakelijk gesteld wordt voor schade die een werknemer heeft geleden door grove nalatigheid van de zijde van de werkgever is niet meer dan normaal. Hoewel de werknemer in dat geval ook recht heeft op een uitkering op grond van de Landsverordening Ongevallenverzekering, kan ik mij goed voorstellen dat deze uitkering bij lange na niet voldoende is als je levenslang arbeidsongeschikt bent geworden door het toedoen van iemand anders. Dat de regeling over werkgeversaansprakelijkheid de werknemer dan tegemoet komt om zijn schade vergoed te zien, is mijns inziens ook niet bezwarend. Normaal gesproken moet degene die beweert door het onrechtmatig handelen van een ander schade te hebben geleden, dit bewijzen. In het arbeidsrecht ligt dat anders. Omdat ervan uit wordt gegaan dat de werknemer de zwakkere partij is, heeft de wetgever ervoor gekozen om de bewijslast bij de werkgever te leggen. Het enige dat de werknemer hoeft te doen is te stellen dat hij tijdens het werk schade heeft geleden. Het is daarna aan de werkgever om te bewijzen dat hij niet aansprakelijk is omdat hij voldoende zorg in acht heeft genomen. Wat er mis is met deze werkgeversaansprakelijk komt pas naar voren indien een werknemer op zijn werk een ongeluk overkomt dat eigenlijk overal zou kunnen plaatsvinden of wanneer een ongeluk gebeurt omdat de werknemer zelf niet bij de les is. In de uitspraken van rechters over dit soort gevallen, komt naar voren dat de zorgplicht van de werkgever tot het oneindige gaat. Werkgevers die denken ruim te voldoen aan hun zorgplicht dienen gewaarschuwd te zijn. Uit de jurisprudentie blijkt dat arbeidsongevallen zeer casuïstisch zijn en dat het van de omstandigheden van het geval afhangt of aan de zorgplicht is voldaan of niet.
De praktijk
Een goed voorbeeld om aan te tonen dat ongelukken per geval verschillen, zijn de volgende twee. In het eerste geval betreft het een vrachtwagenchauffeur die naast het vervoeren van bouwmaterialen ook zorgde voor het laden en lossen van containers met puin. De chauffeur had tijdens zijn werkzaamheden een lege container ten behoeve van de stort van bouwafval geplaatst op een parkeerterrein waar onder meer bouwafval afkomstig van renovatiewerkzaamheden werd verzameld. Toen de chauffeur de container de volgende dag weer wilde gaan ophalen, is hij uitgegleden en gevallen, als gevolg waarvan hij letsel aan zijn enkel heeft opgelopen. De chauffeur vorderde schadevergoeding van de werkgever in verband met het hem overkomen bedrijfsongeval. Hij heeft daartoe gesteld dat hij tijdens zijn werkzaamheden als chauffeur bij het laden van containers is uitgegleden over een meer dan normale hoeveelheid puin, onder andere bestaande uit geglazuurde tegels, waarbij hij ernstig enkelletsel heeft opgelopen. De vordering werd door de rechter afgewezen. In het tweede geval betrof het een werkneemster van een supermarkt die was uitgegleden over uisnippers die op de grond lagen rond een haringkraam die tijdelijk in het filiaal stond. De werkneemster had daardoor schade geleden waarvoor zij de werkgever aansprakelijk stelde. Anders dan in het vorige geval werd de schade nu wel toegewezen. In feite komen deze twee verschillende zaken op hetzelfde neer maar toch oordeelde de rechter tweemaal anders. Waarom had de ene werkgever wel aan zijn zorgplicht voldaan en de andere niet? In het eerste geval oordeelde de rechter dat werkgevers gehouden zijn die maatregelen te treffen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om ongevallen te voorkomen maar dat dit geen absolute waarborg voor de veiligheid van de werknemer inhoudt. De werkgever was dan ook niet gehouden om werkplekken dagelijks te controleren op aanwezige hoeveelheden puin. Opgemerkt dient te worden dat de werkgever veel aandacht besteedde aan de veiligheid van zijn werknemers. Zo werden er regelmatig voorlichtingsbijeenkomsten gegeven, kregen de werknemers een handboek met veiligheidsaspecten en was een cursus over veiligheid verplicht. Bij de supermarkt lag het blijkbaar anders. De rechter oordeelde hier ook dat de werkgever niet verplicht was de vloer voortdurend absoluut schoon te houden maar de werkgever moest wel extra oplettendheid betrachten op het schoonhouden van de vloer bij de haringkraam en daartoe extra toezicht uitoefenen. De rechter vond dat de supermarkt deze strengere zorgvuldigheidsplicht had omdat de haringverkoop vanuit een kraam het risico meebracht dat de vloer sneller vervuild raakte en daarmee het gevaar op uitglijden toenam. De supermarkt werkgever had alleen kunnen aantonen dat hij de algemene schoonhoudinstructies voor de totale werkvloer had aangehouden, dus zonder extra oplettendheid, en werd om die reden aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Het verschil tussen beide gevallen komt mijns inziens op het volgende neer. De chauffeur had met puin te maken op de werkplek die daar standaard was. Dit bracht mee dat de werknemer hiermee bekend was en dus hierop bedacht moest zijn. De werkgever had door het normale toezicht en de hoeveelheid voorlichting niet meer kunnen doen. Bij de supermarkt was er volgens de rechter een extra gevaar op de werkplek gecreëerd door het plaatsen van een haringkraam. De werkgever is dan degene die ervoor moet zorgen dat de werknemers geen groter risico lopen dan in de voor hen gebruikelijke werkomstandigheden. Blijkbaar vindt de rechter dat een werknemer hier geen rekening mee hoeft te houden en dus geen extra oplettendheid hoeft te tonen.
“De werkgever moet zorgen dat de werknemers geen groter risico lopen dan in de voor hen gebruikelijke werkomstandigheden.”
Geen eenduidige lijn
Hierboven zijn slechts twee gevallen besproken van de zovele zaken die voor de rechter zijn verschenen. Hoewel ik genoeg vergelijkbare gevallen heb gelezen, is het iedere keer weer een verrassing of de rechter de kant kiest van de werkgever of de werknemer. In vele gevallen werd vooral de kant van de werknemer gekozen, tot het absurde toe. In het kader van de absurde gevallen, wil ik het volgende praktijkvoorbeeld met u delen. Een postbesteller in dienst van toentertijd nog PTT Post raakte gedurende zijn werkzaamheden ernstig gewond bij een verkeersongeval. Nadat hij zijn dienstauto in de berm had geparkeerd, was hij uitgestapt en naar de achterzijde van de auto gelopen. Bij opening van de achterdeur waaide een envelop uit de laadruimte van de auto de weg op, die de postbesteller zonder na te denken achterna schoot. Bij het oplopen van de weg werd hij aangereden door een hem tegemoetkomende auto. Eveneens stelde deze werknemer zijn werkgever aansprakelijk. Wellicht dat u deze mening niet met mij deelt, maar voor mij was het duidelijk dat de schuld van de opgelopen schade bij de werknemer zelf lag. Dat een werknemer zonder acht te slaan op het verkeer de weg op schiet is niet iets waar een werkgever aan moet denken. Vanaf kinds af aan is, als het goed is, aan iedereen aangeleerd om links en rechts te kijken voordat je de weg oversteekt. Toch oordeelde de rechter in deze zaak in het voordeel van de werknemer. De rechter stelde dat de veiligheidsmaatregelen van PTT Post niet toereikend waren om aan de van haar in redelijkheid te vergen veiligheidsverplichting te voldoen. De parkeerinstructies worden bij nieuwe postbestellers bijgebracht door ervaren postbestellers die daar ook een opleiding voor hebben gevolgd. Volgens de rechtbank was dit niet voldoende om aan de veiligheidsverplichting te voldoen. In zijn oordeel betrok hij ook dat de postbesteller bij normale uitoefening van zijn werkzaamheden zich altijd wel op enig moment bij de achterklep van de auto moet ophouden, waardoor hij aan het zicht van tegemoetkomend verkeer wordt onttrokken. Wat de rechter daarmee bedoelde en hoe dat voorkomen zou moeten worden werd niet aangegeven. Net zoals dit geval, zijn er nog tientallen gevallen waarbij ik vraagtekens zet. Soms lijkt het alsof een werknemer wordt beschouwd als een persoon die niet hoeft na te denken bij wat hij doet en dat dit ook niet van hem verwacht mag worden. Voor mij gaat dit te ver. Een werkgever moet er zeker alles aan doen om te voorkomen dat er ongelukken plaatsvinden. Hierbij dient wel in acht te worden genomen dat de werkgever, indirect, ook maar een mens is en hij niet alle ongelukken die eventueel kunnen plaatsvinden bij voorbaat kan overzien.
“Soms lijkt het alsof een werknemer wordt beschouwd als een persoon die niet hoeft na te denken.”
De tendens
Het lijkt erop dat de rechter is wakker geschud. De laatste tijd is er namelijk de tendens dat de rechter steeds vaker de kant van de werkgever kiest. Hoewel de aansprakelijkheid in de kern nog altijd een schuldaansprakelijkheid betreft en geen risicoaansprakelijkheid, leek deze in het verleden toch vaker op een risicoaansprakelijkheid. De rechter geeft in recente uitspraken eindelijk aan dat van de werknemer ook een mate van zorgvuldigheid verwacht wordt. Waar tegenwoordig rekening mee wordt gehouden is onder andere de duur van het dienstverband en de ervaring met de werkzaamheden tijdens welke het ongeluk heeft plaatsgevonden. Dat laatste is opmerkelijk omdat de rechter in het verleden meerdere malen heeft aangegeven dat routine van het werk juist vergt dat de werkgever daar meer aandacht aan moet geven (om “ingeslopen” ongevallen te proberen te voorkomen). Indien er dan geen extra veiligheidsmaatregelen worden getroffen, heeft de werkgever al snel niet aan zijn zorgplicht voldaan. Blijkbaar is de rechter op dit cruciale punt van oordeel veranderd. Wat eveneens naar voren komt is dat aan de werknemer steeds meer een mate van zorgplicht wordt opgelegd. De algemene bekendheid met het feit dat bepaalde situaties gevaar opleveren wordt tegenwoordig meer en meer als een verantwoordelijkheid van de werknemer gezien. Hopelijk wordt met deze gedachtegang de aansprakelijkheid van werkgevers teruggedrongen tot een daadwerkelijke schuldaansprakelijkheid en zal de risicoaansprakelijkheid, althans waar het op leek, worden verlaten.
Bovendien heeft de Hoge Raad laatst nog eens uitdrukkelijk laten weten dat hier sprake is van een zorgplicht van de werkgever en geen absolute waarborg voor de veiligheid van de werknemer. Hoewel dat eerder ook al is aangegeven door de rechter wordt nu wellicht de daad bij het woord gevoegd.
Conclusie
Hoewel de tendens er is dat werkgevers minder aansprakelijk worden gehouden voor ongelukken die eigenlijk niet te voorkomen zijn, geldt een gewaarschuwd werkgever voor twee. Dat er sprake is van een bepaalde tendens, betekent niet automatisch dat al hetgeen voorafgaand is bepaald door rechters niet meer geldt. Voor werkgevers blijft het van belang om oplettend te blijven. Door veel voorlichting en instructies te blijven geven wordt de kans op aansprakelijkheid verkleind. Om helemaal zeker te zijn dat je bedrijf niet gaat lijden onder een enorme schadeclaim is het aanbevelenswaardig om dergelijke aansprakelijkheden te verzekeren. Zeker de bedrijven die veel risico’s lopen, bijvoorbeeld aannemers, zijn hierbij gebaat. Anderzijds is het niet zo dat er dan geen enkele zorgplicht meer op een werkgever rust. Integendeel, ook de verzekeringsmaatschappijen kunnen namelijk de werkgever aansprakelijk stellen, indien laatstgenoemde niet in voldoende mate heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht.
Bij een hygiënische en bovenal veilige werkplek heeft een ieder baat!
Small Murray Scheper, advocaten
Rozenweg nummer 4
Mahaai, Curaçao
Telefoonnummer: 738 02 80
Fax nummer: 738 02 81
Email: scheper@sms-advocaten.com
<< Terug |