Publication / Algemeen recht

Bolorecht?!

Bolorecht?!

21-02-2015

Als advocaat sta ik niet echt bekend om mijn zangkunsten maar het bekendste verjaardaglied in het Papiamentu heb ik intussen echt ontelbare keren meegezongen. ‘Salu ku bolo nos ke’ klinkt het dan uit spreekwoordelijke volle borst. Ik moet bekennen dat ik tot voor kort niet bij de letterlijke betekenis van de woorden van het lied heb stilgestaan. Dat stilstaan kwam pas toen een kennis, geboren en getogen op Curaçao, opmerkte dat in het bekendste verjaardaglied een duidelijke felicitatie van de jarige of referentie aan de verjaardag ontbrak. Anders dus dan het ‘Happy Birthday to you’ of het ‘Lang zal ie leven’ of ‘Er is er een jarig, hoera’. In het Surinaams is het nog duidelijker met ‘A di mi yere yu ferjari, dang mi kon fersteri ju’ [‘Toen ik vernam dat je jarig bent, ben ik gekomen om je te feliciteren’] alhoewel het eveneens in Suriname bekende ‘We zijn gekomen om de koeken te rampaneren’ toch weer een ander kijk geeft aan ‘felicitatie’. ‘Koeken rampaneren’ of de ‘bolo ku nos ke’ waaraan toegevoegd ‘si no tin, nos ta bai!’; tussen verjaardagen en taart bestaat een onverbrekelijke relatie. Zou er ook een relatie bestaan tussen taart en recht?  

Iedere rechtenstudent krijgt voor zijn of (steeds vaker) haar kiezen de uitspraak van de Hoge Raad die de geschiedenis inging als de ‘Hoornse Taart’. Op 28 september 1910 stuurde de drieënzestig jarige winkelier Beek een taart naar het huis van de marktmeester Willem Markus gelegen aan de Groote Oost 75 in Hoorn, Nederland. In een knullig briefje dat de taart vergezelde werd de marktmeester gefeliciteerd met zijn vierentachtigste verjaardag. Van de zijde van bestond er grote animositeit jegens de marktmeester aangezien de laatstgenoemde, belast met het toezicht op de kermis in Hoorn, ervoor gezorgd had dat Beek zijn baan als ambtenaar kwijtraakte wegens sjoemelen met gelden die de kermisgasten betaalden voor een standplaats op de kermis. De taart was dus allerminst als aardige geste bedoeld. Integendeel, tussen het bovenste deel en het onderste deel van de taart was een fikse hoeveelheid arsenictrioxyde, zeg maar: rattengif, verwerkt. De taart van vijf ons werd voor een gulden gekocht bij de bakkerij van Wendel de Joode en het gif, gekocht voor een dubbeltje, werd door Beek in de taart gestopt. Via Van Gend & Loos, zeg maar de FedEx van de vorige eeuw, werd de taart per trein vervoerd en bezorgd op het huisadres van de marktmeester. Het toeval wilde echter dat niet de marktmeester maar zijn echtgenote Maria Musman van de taart at en dat zij na pijn in haar lijf, onstuitbare diarree en aan één stuk door braken om half drie die nacht stierf. Beek, verdedigd door mr A. Dorbeck, betoogde voor de rechtbank in Alkmaar dat hij niet de dood van de echtgenote beoogd had en ervan uitging dat de marktmeester ‘in zijn egoïsme’ de taart alleen zou verorberen. De Hoge Raad kwam eraan te pas en oordeelde op 19 juni 1911 [W 9203] dat de veroordeling van Beek wegens moord op Maria Musman en poging tot moord op de marktmeester overeind bleef staan. Daarmee werd voor het eerst aangenomen dat het plan om de één te vermoorden de kans omvatte dat een ander van de taart zou eten en komen te overlijden. Beek had zelf toegegeven op weg terug naar huis stil gestaan te hebben bij de gedachte dat Maria Musman van de taart zou eten maar dat ie niets gedaan had om dat te voorkomen. Het leerstuk waarbij de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat een bepaald - niet per se beoogd - gevolg intreedt, wordt in het strafrecht aangeduid als ‘voorwaardelijk opzet’.

Van recentere aard is de veroordeling van een bakker die naast het erop nahouden van vieze en niet goed onderhouden bakkerijen werd te laste gelegd dat hij een tompoes, die gekoeld moet worden bewaard teneinde micro-biologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, zodanig in voorraad heeft gehouden dat de temperatuur van die tompoes 10,3 ⁰C bedroeg, in elk geval meer dan 7 ⁰C. Het Hof veroordeelde de verdachte bakker tot een taakstraf en ontzegde hem het recht tot uitoefening van zijn beroep. [Gerechtshof ’s-Gravenhage 23 april 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AO8570]

Volgens de Britse Telegraph heeft het Britse warenhuis Marks & Spencer in 2009, na betaling van £2 miljoen aan juridische kosten, £3.5 miljoen aan schade, dertien jaar procederen, acht bezoeken aan de rechter en een doorverwijzing naar het Europese Hof van Justitie, eindelijk de laatste fase van haar geschil tegen HM Revenue & Customs gewonnen bij de House of Lords. Het geschil tussen het warenhuis en de belastingambtenaar bestond oorspronkelijk uit de vraag of de marshmallow tea cake een taart was, zoals Marks & Spencer betoogde, of een met chocolade overgoten biscuitje. Voor taart wordt geen omzetbelasting gerekend, maar voor met chocolade overgoten biscuits wel. De theorie is dat ‘voedsel’, waaronder taart en simpel biscuit, belastingvrij zouden moeten zijn, terwijl ‘snacks’, waaronder met chocolade overgoten biscuits, als een luxe zijn aan te merken en dat daar derhalve belasting voor wordt gerekend.

Een geschil tussen de in Amsterdam gevestigde ‘De Taarten Kamer’ (www.detaartenkamer.nl) en ‘De Taartenmaker’ (www.detaartenmaker.nl) - letterlijk dus slechts in de volgorde van twee letters verschillend van elkaar - werd in het voordeel van de oudere onderneming De Taarten Kamer beslist en de Taartenmaker werd veroordeeld het gebruik van haar handelsnaam te staken nu er gevaar voor verwarring was tussen beide handelsnamen en voorwaardelijk veroordeeld het gebruik van de domeinnaam te staken. [Rechtbank Amsterdam 13 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR1617]

In juli 2012  bezochten Charlie Craig en David Mullins de Masterpiece Cakeshop bakkerij in Colorado in de Verenigde Staten van Amerika om een cake te bestellen voor hun huwelijksreceptie, gevolgd na de ceremonie van hun homohuwelijk in Massachusetts. De eigenaar, Jack Phillips, een evangelische christelijke, weigerde er één te maken in verband met zijn geloof. Mullins en Craig deden aangifte van discriminatie tegen Phillips bij de Colorado Civil Rights Division, met als argument hij  hen had gediscrimineerd wegens hun seksuele geaardheid. De Civil Rights Division van de Staat oordeelde op 30 mei 2014 dat Phillips’ Masterpiece Cakeshop het stel had gediscrimineerd op basis van hun seksuele geaardheid en Colorado’s openbare aanklager startte een strafrechtelijke vervolging tegen Philips en zijn bakkerij.

Eveneens in 2012 speelde bij de bestuursrechter in Breda een zaak waarin de belanghebbende persoon zijn auto onbetaald had geparkeerd op een parkeerplaats die was aangewezen als plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mocht worden geparkeerd. Tussen partijen was in geschil het antwoord op de vraag of belanghebbende de auto had geparkeerd, dan wel slechts had laten staan om een taart te laden. Onder het onmiddellijk laden en lossen zoals bedoeld in artikel 225 van de Gemeentewet diende volgens de Hoge Raad te worden verstaan ‘het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is’. De rechtbank oordeelde dat het in een winkel ophalen van een taart niet voldeed aan de omschrijving van onmiddellijk laden en lossen aangezien het gewicht of omvang van de taart niet zodanig was dat deze bezwaarlijk anders dan per auto kon worden vervoerd. Dat het parkeren van de auto en het betalen en ophalen van de taart slechts één minuut in beslag had genomen, maakte dit niet anders. Derhalve oordeelde de rechtbank dat het beroep van belanghebbende ongegrond was en diende belanghebbende de naheffingsaanslag gewoon te betalen. [Rechtbank Breda 20 december 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ3555]

En zo kan ik nog wel even door over de correlatie tussen taart(en) en recht. Wedden dat u bij de eerstvolgende verjaardag in uw omgeving, vlak voor het zingen van uw favoriet  verjaardaglied, toch even bij mijn ‘taartrechtelijk’ gemijmer stilstaat?!

Algemeen recht Publications

Read more publications