Publication / Algemeen recht

Filmpjesrecht?!

Filmpjesrecht?!

3-08-2013

Een rood laken, een jongen, een meisje en een smartphone vormen de ingrediënten van een bericht dat recentelijk mijn aandacht trok in het NRC Handelsblad. De krant berichtte uitvoerig over een uitspraak van de politierechter van de Rechtbank te Almelo met betrekking tot een via WhatsApp verzonden filmpje van seksuele aard.

Wat wilde het geval? Op enig moment heeft een nu eenentwintig jarige man met een smartphone een filmpje gemaakt terwijl hij en zijn vriendin op een rood laken de liefde bedreven. Het filmpje werd met haar instemming gemaakt en beide geliefden waren herkenbaar in beeld. De man stuurde het filmpje, waarvan de inhoud als privébeelden werden beschouwd, naar zijn vriendin waar op zich - als je al voorstander van (het maken van) dergelijke filmpjes bent - niets mis mee was. Maar u voelt het al aankomen... de relatie loopt spaak en de man, die vermoedt dat zijn inmiddels ex-vriendin een ander heeft, stuurt het filmpje in een boze bui via WhatsApp door aan een meisje waarmee hij vroeger een relatie had. Hij bericht haar nog dat zij het filmpje niet mag verspreiden. Ook dit voelt u aankomen... zij doet dat toch en uiteindelijk belandt het filmpje op het internet. Het meisje blijft echter buiten schot en de jongeman wordt strafrechtelijk aangepakt. Hem wordt het ‘verspreiden van een smaadschrift’ en ‘belediging’ ten laste gelegd en hij moet zich ten overstaan van de politierechter in Almelo verantwoorden.
De uitspraak wil ik u niet onthouden [LJN: BZ8542].

Smaadschrift
Het strafbaar feit ‘verspreiden van een smaadschrift’ veronderstelt het aantasten van iemands goede naam door hem of haar te belasten met een bepaalde handeling met het doel daar ruchtbaarheid aan te geven door het verspreiden van afbeeldingen. De politierechter spreekt hem vrij van dit feit omdat onder ‘ruchtbaarheid’ moet worden verstaan ‘ter kennis brengen van het publiek’, terwijl met publiek op een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden gedoeld wordt [LJN: BQ2009 en LJN: BC9186]. Het enkele WhatsApp-bericht met het filmpje versturen naar één persoon met ook nog het verzoek dit niet te verspreiden vond de politierechter niet onder ‘ruchtbaarheid geven’ vallen.

Belediging
Het strafbare feit ‘belediging’ behelst het opzettelijk beledigen van iemand in het openbaar, in zijn of haar bijzijn of door toegezonden of aangeboden geschriften of afbeeldingen. De officier van justitie koos in de tenlastelegging van de jongeman voor de variant waarbij de belediging in het openbaar plaatsvond. Ten aanzien van die openbaarheid oordeelde de Hoge Raad in 2010 [LJN: BL9108] dat de uitlatingen in de zin van het beledigingartikel moeten zijn gedaan onder zodanige omstandigheden of op zodanige wijze dat zij in beginsel door anderen dan degene tegenover wie de uitlatingen werden gedaan zouden kunnen worden gehoord. Onder verwijzing naar die uitspraak oordeelde de rechter dat er van belediging in het openbaar geen sprake was aangezien het versturen van één WhatsApp-bericht naar één persoon, met het verzoek dat niet verder te sturen, niet kan gelden als in het openbaar gedaan. De jongeman werd dus ook van dit feit vrijgesproken.

Merkwaardig blijft in de uitspraak van de politierechter in Almelo dat de officier van justitie - voor zover kenbaar uit de uitspraak - niet de variant van het ‘voorwaardelijk opzet’ uit de kast haalde. Met voorwaardelijk opzet in dit verband wordt geduid op een aanvaarding van het niet ondenkbare risico dat de voormalige vriendin (dus niet het ‘slachtoffer’), ondanks het daartoe strekkende verzoek, het toegezonden filmpje wel door zou sturen. Opmerkelijk is voorts dat degene die uiteindelijk voor doorzending van het filmpje zorgde, de voormalige vriendin dus, - voor zover kenbaar - in het geheel niet vervolgd werd. Nu de jongeman vrijgesproken werd kon de schadevergoedingsvordering van het slachtoffer niet worden toegewezen.

De hiervoor aangeduide zaak betreft niet een geïsoleerd geval. Een matroos van de Koninklijke Marine die (onder meer) naaktfoto’s van zijn vriendin toonde aan collega’s en op Hyves plaatste en daarvoor in 2010 terechtstond, ontsnapte ternauwernood aan veroordeling op grond van een formaliteit [LJN: BM8455]. Nu vaststond dat hij de foto’s aan meer dan een persoon toonde en op internet plaatste was, bij het voldaan zijn aan de formaliteit, zijn veroordeling wegens belediging onvermijdbaar. Strafrechtelijk optreden ligt dus op de loer wanneer er toezending naar meerdere personen plaatsvindt of simpelweg op het internet wordt geplaatst. Overigens behoort ook een civielrechtelijke actie, waarbij een verbod op (verdere) verspreiding of schadevergoeding gevorderd wordt, tot de mogelijkheden.

Ach, geachte lezer, verzucht ik mij. Het is aan u om te bepalen waarvan u filmpjes maakt, maar dat deze op ongewenste plekken terecht kunnen komen is inmiddels - ook op Curacao - een voorzienbaar en dus vermijdbaar risico geworden. En trouwens, zeg nou zelf, wat heeft een smartphone te zoeken bij het al dan niet op een rood laken bedrijven van de liefde...?

Algemeen recht Publications

Read more publications