Publication / Algemeen recht

Mirtorecht?!

Mirtorecht?!

12-05-2014

Alweer gezeten op tien kilometer hoogte, ditmaal boven de Caribische zee, leg ik me met een gezonde tegenzin toe op het schrijven van, wat na bijkans tien jaar van bijdrage leveren, mijn laatste artikel wordt in dit prachtblad voor managers en leidinggevenden in Curaçao. De titel voor het stuk waarde al langer rond in mijn gedachten maar de voor mij kenmerkende werkwijze brengt met zich dat de deadline voor het aanleveren van mijn kopij dicht genaderd moet zijn voordat ik me echt aan net schrijven kan zetten. Niet geheel verbazend in dat kader is dat de deadline morgen verstrijkt!

Na u deelgenoot te hebben gemaakt van bespiegelingen en mijn mijmeringen over onderwerpen als 'tijdrecht', 'cosmetischrecht', 'advocatenspreekwoordenrecht', 'sprookjesrecht', 'vuilnisrecht' en laatstelijk nog 'plasrecht' en 'suggestierecht' is het tijd voor 'Mirtorecht', ofwel recht zoals ik dat zie of beter gezegd: recht dat ik graag zou zien.

Mirtorecht voorziet in een aanvulling op de Staatsregeling van Curaçao zodat zittende parlementariërs en ministers nooit over verhoging van hun eigen salaris of uitbreiding van hun arbeidsvoorwaarden kunnen beslissen maar slechts voor de na de verkiezingen aantredende volksvertegenwoordigers en ministers. Het spreekt voor zich dat voor versobering van het arbeidsvoorwaardenpakket van politici onmiddellijke inwerkingtreding zeer wel mogelijk moet zijn.

Acuut wordt het verwerpelijke, discriminatoire en ronduit met internationaal recht strijdige onderscheid tussen mannen en vrouwen in de Vergunningenlandsverordening afgeschaft. Ik doel op het feit dat door horeca-ondernemers in spe voor een restaurantvergunning of voor een hotel vergunning expliciet gevraagd moet worden aan de overheid voor een vergunning om vrouwelijke bediening toe te staan in het restaurant of het hotel!

Al te lichtvaardig voorgestelde symboolwetgeving, zoals de ’80-20 regeling’ en de ‘skol por nada’, wordt verboden door de wetgever te verplichten in wetsvoorstellen uit te leggen waarom met het bestaande wettelijk arsenaal hetzelfde doel niet bereikt kan worden. De reeds bestaande Landsverordening tewerkstelling vreemdelingen en het systeem van bijdragen in de schoolkosten voor on- en minvermogenden maken namelijk de beide met fanfare aangekondigde wetvoornemens obsoleet.

Evident is dat Mirtorecht voorziet in uitbreiding van de Landsverordening beperking tabaksgebruik met een rookverbod in (minimaal) luchtgekoelde (airconditioned in het Engels) delen van restaurants. Het wetsvoorstel daartoe schreef ik alweer vier jaar terug tezamen met een kantoorgenote, werd vervolgens aan de regering aangeboden om daarna in de spreekwoordelijke la te belanden.

Evenzeer onderdeel van Mirtorecht is dat de Motorrijtuigenbelasting wordt verwerkt in de prijs van brandstoffen. Het voordeel; afschaffing van de lange rijen bij de betaling van de belasting, besparing van de kosten gemoeid met de aanmaak van belastingstickers en het bestrijden van letterlijke ‘free riders’, is evident! Een kniesoor die zich beklaagt dat ie als botenbezitter dan meebetaalt wordt makkelijk gepareerd door de uitbreiding van de Motorrijtuigenbelasting tot de Motorrijtuigen- en Vaartuigenbelasting, met aanwending van een deel van de opbrengsten voor het schoon en bevaarbaar houden van de openbare wateren.

Ik besef overigens dat niet alles wettelijk te regelen valt en dat dat ook niet altijd wenselijk is. Wat te denken van al dan niet huilende kinderen in de cinema gedurende voorstellingen in de late avond van films duidelijk bedoeld voor volwassenen? Of van kindertjes zonder oordoppen langs de Carnavalsroute? Wellicht is een algemene boete voor aanstootgevend en onmiskenbaar onverantwoord maatschappelijk gedrag jegens een kind een goede gezamenlijke noemer en een dito start.

Ook voor bestaande wetgeving, meer in het bijzonder de Wegenverkeersverordening 2000, voorziet Mirtorecht in eenduidige handhaving en toepassing van de bepaling over parkeerplaatsen voor invaliden - wat een verschrikkelijk woord in de letterlijke betekenis van ‘minder of ongeldigen’ waardoor ik liever spreek van mensen met een fysieke uitdaging -. De wet regelt in artikel 51 keurig dat op dergelijke parkeerplaatsen slechts geparkeerd mag worden door invalidenvoertuigen of motorvoertuigen waarin een geldige ‘invalidenparkeerkaart’ duidelijk zichtbaar is aangebracht. En daar wringt de schoen! Ten eerste kom ik in het dagelijks leven het speciaal voor die parkeerplaatsen in de wet voorziene verkeersbord volstrekt onvoldoende tegen maar erger nog is niet wettelijk geregeld op welke wijze de invalidenparkeerkaart wordt afgegeven. De strafbaarstelling van het parkeren door mensen zonder fysieke uitdaging op dergelijke parkeerplaatsen is weliswaar strafbaar gesteld als overtreding met als straf drie maanden hechtenis of een fikse geldboete maar zonder het plaatsen van de verkeerborden en het verstrekken van invalidenparkeerkaarten is dat slechts een wassen neus! De overheid zou bij ieder nieuw winkelcentrum, school, supermarkt en waar mogelijk zelf voor bestaande instellingen - de overheidsgebouwen voorop - dergelijke speciale parkeerplaatsen niet alleen moeten (laten) creëren, maar ook actief moeten werken aan het realiseren van het wettelijk kader voor de invalidenparkeerkaart. Daarna komt het voor dezelfde overheid natuurlijk aan op strenge handhaving van het parkeerverbod voor de hardleerse - parafraserend - ‘schuinparkeerders’ alhoewel in Mirtorecht iedere burger natuurlijk parkeerplaatsen voor mensen met een fysieke uitdaging respecteert!

De gezagvoerder kondigt de landing aan en ik wordt verordonneerd mijn iPad uit te doen en op te bergen. In het zicht op een zachte landing, zowel letterlijk als figuurlijk sluit ik met enige weemoed af in de hoop de verwezenlijking van een deel van Mirtorecht in de komende tien jaar mee te maken!

 

 

 

Algemeen recht Publications

Read more publications