Publication / Algemeen recht

Tijdrecht?!

Tijdrecht?!

4-08-2011
Mijmeringen aangaande de juridische status van tijd

Een vraag die het altijd goed doet in een intellectueel gezelschap is de volgende: Wat gebeurde er tussen 4 en 15 oktober 1582? Het antwoord is namelijk ‘niets!’. Op 4 oktober 1582 werd de Juliaanse kalender, vernoemd naar de Romeinse keizer Julius Caesar, vervangen door de Gregoriaanse kalender. Op 4 oktober volgende meteen 15 oktober. Het Juliaanse jaar was 0,0078 dagen of zo u wilt 11 minuten langer en in 1582 was het verschil opgelopen tot tien dagen. Vandaar de sprong in de tijd.

Ogenschijnlijk bestaat er geen relatie tussen de begrippen ‘tijd’ en ‘recht’. Het voorgaande is echter, het zij toegegeven een uitzonderlijk, maar goed voorbeeld van de werking tussen tijd en recht. Immers kon door de werking van het recht (de invoering van de Gregoriaanse kalender) de tijd - met maar liefst tien(!) dagen - verdicht worden.
Een correlatie tussen tijd en recht zou gevonden kunnen worden in het samenspel van de twee grootheden; tijd voor recht of recht op tijd?!

Tijd voor recht?!
Tijd voor recht lijkt aanwezig op momenten dat de wetgever bepaald heeft dat het rechtens verplicht is tijdig (rechts)handelingen te verrichten. Als voorbeeld geldt dat het hoger beroep tegen een vonnis in civiele- en administratieve zaken binnen zes weken moet worden ingesteld en in strafzaken binnen twee weken. Aan het omgekeerde, het laten verlopen van de tijd, kan gekoppeld worden het verlies van het recht om een rechtshandeling af te dwingen, of wel verjaring, die doorgaans na vijf jaar intreed. Ook het strafrecht kent door het verloop van tijd een verbod op vervolging of executie van een reeds opgelegde straf.

Recht op tijd?!
Recht op tijd, vakantie zo u wilt, is geregeld in de Vakantieregeling 1949 terwijl het recht op tijd buiten de gevangenis, in de vorm van een derde deel strafkorting op een gevangenisstraf, geregeld is in het Wetboek van Strafrecht.

Tijd als onderdeel van recht
Ook in andere wetgeving speelt tijd een belangrijke rol alhoewel die zich lastig laat uitdrukken in concrete uren, dagen of weken, ofwel in concrete tijdsduur. Zo noem ik het Burgerlijk Wetboek [BW] dat regelt dat een werkgever verplicht is om aan zijn zieke werknemer gedurende betrekkelijk korte tijd het salaris door te betalen, terwijl de werkgever ook gehouden is om een ontslag op staande voet onverwijld mede te delen aan de werknemer. Het BW bepaalt ook dat de consument gehouden is om bij een geconstateerde tekortkoming in een gekocht product binnen bekwame tijd daarover te klagen bij de verkoper.
Zelfs tijdelijke wetgeving komt voor. De tijdelijke beperking op het zich vestigen van medici, de Moratoriumwetgeving, is daar een goed voorbeeld van.

Als zodanig speelt tijd een grote rol in ons leven, dus ook in het recht dat immers er mede op gericht is ons leven te reguleren en waar mogelijk te vergemakkelijken. Kunt u zich in dat kader voorstellen dat, tot aan ingrijpen van de wetgever [lees wederom: het recht] er in Nederland tot 1908 geen sprake was van één wettelijke tijd, maar er ronduit sprake was van zooitje. De spoorwegen hadden hun eigen tijd, er was een zogenaamde Amsterdamse tijd en daarnaast gold er nog een lokale tijd in de verschillende provincies. Onderling verschilde al die tijde van elkaar. Frappant is in dat kader dat in mei 1896 de Tweede Kamer zich moest buigen over een voorstel ‘tot invoering van een wettelijke tijd’ maar dat veel Kamerleden principieel tegen het voorstel waren omdat zij vonden dat de centrale overheid zich niet te bemoeien had met lokale tijden. Het was toen letterlijk tijd voor verandering van het (tijd)recht!

Algemeen recht Publications

Read more publications