Onze directeur heeft een contract gesloten met zijn eigen vennootschap zonder ons te informeren, wat nu?
mr Saskia van de Griek
Een ondernemer uit Curacao stelde de volgende vraag:
"Ik ben aandeelhouder in een naamloze vennootschap (N.V.), een import onderneming in de Nederlandse Antillen. Ik heb 20% van de aandelen. Er zijn nog twee aandeelhouders (allebei 40%). Een van die twee aandeelhouders is tevens directeur van de N.V. Onze N.V. is niet zijn enige vennootschap. Hij heeft nog een N.V., een verhuur onderneming in bedrijfspanden, waarvan hij bestuurder-enig aandeelhouder is. Nu heeft de directeur namens onze N.V. een verhuurcontract gesloten voor een aantal jaren met zijn eigen verhuur bedrijf voor de huur van een bedrijfspand. En hij heeft niets tegen ons (de andere aandeelhouders) gezegd, laat staan met ons overlegd! Het pand is veel te duur en wij zijn het er helemaal niet mee eens. Ik kan niets in de statuten vinden over zo een situatie. Kan dit dus zomaar?"
Na uitvoerig overleg met deze ondernemer en bestudering van relevante documenten kon ik het navolgende antwoord geven:
Onze Nederlands Antilliaanse wetgeving bevat een regeling voor zo een situatie, namelijk een situatie waarin sprake is van een tegenstrijdig belang. Er kan sprake zijn van een direct tegenstrijdig belang of een indirect tegenstrijdig belang. Het eerste is het geval als de directeur direct betrokken is bij een rechtshandeling (bijvoorbeeld in uw geval: de directeur heeft namens de N.V. een huurcontract gesloten met zijn eigen vennootschap, met één en dezelfde persoon als aandeelhouder en directeur). Er is sprake van een indirect tegenstrijdig belang indien er een derde bij betrokken is; bijvoorbeeld indien het huurcontract gesloten zou zijn met een familielid van deze directeur.
Wanneer er sprake is van een tegenstrijdig belang, mag de directeur – die normaal de vennootschap vertegenwoordigt - de vennootschap niet vertegenwoordigen, dus mag hij geen rechtshandelingen namens de vennootschap verrichten met betrekking tot dat tegenstrijdig belang. De Raad van Commissarissen (RvC) – de toezichthouder van de vennootschap - dient dan de vennootschap te vertegenwoordigen. Sommige vennootschappen hebben geen RvC. In dat geval moeten de andere bestuurders die taak op zich nemen, zonder de directeur met tegenstrijdig belang. Maar wat als de vennootschap maar één bestuurder heeft, zoals in uw situatie? Dan moet de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) een persoon aanwijzen die de vennootschap vertegenwoordigt. Bij deze besluitvorming in de AVA heeft degene met het tegenstrijdig belang (in uw geval de aandeelhouder die ook directeur is) geen stem. Het kan zijn dat de AVA de betreffende directeur toch aanstelt als vertegenwoordiger, omdat de AVA geen problemen heeft met de ophanden zijnde rechtshandeling. Maar in ieder geval is voor een ieder bekend wat er speelt en kunnen keuzes worden gemaakt, zodat het vennootschapsbelang het beste kan worden behartigt (welke behartiging de plicht is van alle betrokkenen bij de vennootschap), in plaats van het eigen belang.
Om het voorgaande beslissingstraject mogelijk te maken moet de bestuurder die een tegenstrijdig belang heeft, of in ieder geval behoort te weten dat hij een tegenstrijdig belang heeft, tijdig de AVA informeren hierover (de informatieplicht van de bestuurder). Wanneer de directeur dus de AVA (in ieder geval u en de andere aandeelhouder) niet heeft geinformeerd over het voornemen om het huurcontract namens de N.V. aan te gaan met zijn eigen vennootschap, dan heeft hij zijn informatieplicht geschonden. In dat geval is het mogelijk om het bestuursbesluit om dit contract aan te gaan te vernietigen. Dat kan door uzelf gebeuren, maar ook door u en de andere aandeelhouder samen indien ook deze bezwaar heeft tegen de rechtshandeling. Door de vernietiging komt het huurcontract dus ten einde en werkt terug alsof het nooit heeft bestaan.
Aangezien het genomen besluit van de directeur om genoemd contract aan te gaan niet alleen consequenties heeft voor uw vennootschap alsmede voor u en de andere aandeelhouder (interne werking) maar ook consequenties heeft voor derden, in dit geval de verhurende onderneming (externe werking), moet bekeken worden of betrokken derden beschermd moeten worden tegen vernietiging van het besluit (omdat zij onredelijk zouden worden geschaad in hun belangen indien zij niet bedacht konden zijn op het terugdraaien van het contract). In dit geval zou het bezwaarlijk zijn als de verhurende onderneming een beroep zou kunnen doen op bescherming. Immers, de verhuurder wordt bestuurd door één en dezelfde persoon, die ook directeur is van de huurder. Hij – en daarmee ook diens vennootschap - wist dus (of in ieder geval behoorde te weten) dat er sprake was van een tegenstrijdig belang. Een beroep op derdenbescherming kan dus niet slagen in het geval dat u beschrijft.
U kunt derhalve een beroep op vernietiging doen, dat u in beginsel moet instellen binnen zes maanden vanaf de bekendmaking of het bekend worden van het besluit. Dit dient te gebeuren middels een gerechtelijke procedure.
Verder raad ik u aan om een reglement (met statutaire basis) op te (laten) stellen waarin precies is geregeld wat er moet gebeuren en door wie, in geval van een mogelijk tegenstrijdig belang, om voornoemde problemen in de toekomst te voorkomen. Dit reglement wordt op maat gemaakt op basis van de exacte structuur en werking van uw vennootschap. In een dergelijk reglement kan bijvoorbeeld al iemand worden aangewezen die vertegenwoordiger zal zijn in geval van een tegenstrijdig belang.
Aanvullend in het kader van behandeld onderwerp:
In de situatie van deze ondernemer is het niet aan de orde, maar er bestaan natuurlijk ook veel vennootschappen die slechts één bestuurder en één aandeelhouder hebben, namelijk dezelfde persoon. Wat moet er dan gebeuren als die bestuurder een contract wil aangaan namens de vennootschap met zichzelf? Moet hij zichzelf (als aandeelhouder) gaan informeren over zijn tegenstrijdige belang terwijl hij het al weet? Dat zou onzinnig zijn! Toch ligt dit niet zo eenvoudig als het lijkt. Ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, hanteert namelijk (nog) strikte opvattingen over dit onderwerp. De informatieplicht moet nageleefd worden volgens haar leer, ook in het geval van eenpersoons vennootschappen. Het is dan ook aan te raden – hoe vreemd het ook lijkt – om in een bestuursbesluit en in een ava besluit een en ander goed vast te leggen om eventuele problemen hierover te voorkomen.
Uiteraard zijn er verschillende situaties mogelijk en ook diverse uitzonderingen op de wettelijke en statutaire regels, waar ik hierboven niet op in heb kunnen gaan. Heeft u ook vragen over dit onderwerp, of wilt u een andere kwestie bespreken? Neemt u dan vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie.
Small Murray Scheper, advocaten
Rozenweg nummer 4
Mahaai, Curaçao
Telefoonnummer: 738 02 80
Fax nummer: 738 02 81
Email: vdgriek@sms-advocaten.com << Terug |