Hoe kom ik van mijn aandelen af?
mr Saskia van de Griek
U heeft kapitaal ingebracht in een vennootschap en bent daar aandeelhouder van geworden. U wilde daarmee vermogen genereren alsmede de vennootschap laten groeien. U heeft een aandelenpakket van 20%. U kunt zich vinden in het beleid dat wordt gehanteerd door Algemene Vergadering van Aandeelhouders, waarin de meerderheidsaandeelhouder beslissende zeggenschap heeft. Op een gegeven moment vindt er een aandelenuitgifte plaats aan een externe partij en verandert de omvang van uw aandelenpakket (immers, doordat er meer aandelen ontstaan door de uitgifte, wordt uw aandelenpakket relatief kleiner). Uw aandelenpakket is na de aandelenemissie slechts 4%. Het beleid dat de nieuwe meerderheidsaandeelhouder hanteert staat haaks op uw visie. U bemerkt dat er beslissingen worden genomen, die u derhalve ook financieel treffen als aandeelhouder, waar u in het geheel niet achter kunt staan. Wat nu?
In het vennootschapsrecht staat het vennootschapsbelang, als 'hoeksteen van het vennootschapsrecht', bovenaan. Alle bij de vennootschap betrokken (rechts)personen, dus in ieder geval bestuurders, aandeelhouders en commissarissen dienen het vennootschapsbelang bovenaan hun prioriteitenlijstje te plaatsen. In hun handelingen dienen zij zich zorgvuldig, ook wel 'redelijk en billijk' te gedragen jegens elkaar. Deze verplichting speelt derhalve ook een rol in de besluitvorming van aandeelhouders in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA). Uiteraard vindt daar wel een democratisch proces plaats. De aandeelhouders die het meeste kapitaal hebben ingebracht, hebben daarmee (in beginsel) het grootste aantal stemmen in de besluitvorming in de AVA. Maar gezien het voorgaande kunnen zij niet zomaar alles doen wat hen zelf het beste uitkomt. Zij hebben zoals gezegd, allereerst het vennootschapsbelang in acht te nemen en vervolgens dienen zij ook 'zorgvuldig' te handelen jegens kleinere aandeelhouders, de minderheidsaandeelhouders. Dit geldt temeer nu in het Nederlands-Antilliaanse vennootschapsrecht meerderheidsaandeelhouders in de praktijk een vergaande vrijheid hebben de vennootschap naar eigen inzicht in te richten. In die marge kan de rechtspositie van de minderheidsaandeelhouder gevonden worden.
Vóór het jaar 2000, in welk jaar de Landsverordening Besloten Vennootschap (LBV) in werking is getreden, was er geen speciale wettelijke regeling opgenomen voor deze situatie waarin de minderheidsaandeelhouder in is komen te verkeren. Met de LBV is de mogelijkheid gecreëerd om een vordering in te stellen bij het gerecht dat de vennootschap zijn aandelen tegen betaling overnam, indien hij zodanig in zijn rechten of belangen werd geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd.
"U kunt de vennootschap of meerderheidsaandeelhouder dwingen uw aandelen over te nemen indien u buiten uw schuld in een minderheidspositie bent geraakt"
Per 1 maart 2004 is het Antilliaanse vennootschapsrecht ingrijpend gewijzigd. In het nieuwe recht wordt een meer uitgewerkte bescherming geboden aan de minderheidsaandeelhouder dan onder de 'oude' Landsverordening Besloten Vennootschap. Onder het nieuwe recht hoeft u niet meer per sé aan te tonen dat u zodanig in uw rechten of belangen bent geschaad dat het voortduren van uw aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van u kan worden gevergd. Ook indien u als minderheidsaandeelhouder buiten uw toedoen in een minderheidspositie bent komen te verkeren, kunt u een vordering tot uittreding instellen inhoudende dat uw aandelen tegen betaling worden overgenomen. Een voorwaarde voor de vordering is dat u het ontstaan van deze minderheidspositie redelijkerwijs niet heeft kunnen verhinderen. U, als minderheidsaandeelhouder, verkeert bijvoorbeeld niet in een situatie die u niet heeft kunnen verhinderen, wanneer u bewust een minderheidspositie heeft aanvaard of u niet heeft georiënteerd op de verbanden tussen overige aandeelhouders.
Deze gerechtelijke vordering tegen de vennootschap en eventueel tegen (een) medeaandeelhouder(s), de groepsmaatschappij of bepaalde andere stemgerechtigden dient in ieder geval tegen de vennootschap worden ingesteld, maar kan tevens worden ingesteld tegen (een) medeaandeelhouder(s), de groepsmaatschappij of bepaalde andere stemgerechtigden (krachtens 'stemovereenkomst'). Voorafgaand aan de vordering dient u aan een bij wet bepaalde procedurele voorwaarden te voldoen. Bedoeling van deze voorschriften is de kans op een minnelijke regeling te vergroten zodat de weg naar het gerecht niet bewandeld hoeft te worden. De vordering kan gedurende zes maanden worden ingesteld nadat u in deze minderheidspositie bent geraakt.
Wilt u meer informatie over uw positie als aandeelhouder of uw positie binnen de onderneming in het algemeen, neemt u dan vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie.
Small Murray Scheper, advocaten
Rozenweg nummer 4
Mahaai, Curaçao
Telefoonnummer: 738 02 80
Fax nummer: 738 02 81
Email: vdgriek@sms-advocaten.com << Terug |