Publication / Nieuws

Advocaat en Media

Advocaat en Media

5-07-2014

Overpeinzingen bij een per definitie mediageniek koppel. Het door de AJV georganiseerde seminar Recht & Media, waaraan in de ondertitel ‘in the spotlight - met een uitroepteken -’ met gevoel voor bij de media allicht horende dramatiek is toegevoegd, zette mij toe tot overpeinzingen over de relatie tussen advocaat en media.

Het spreekt daarbij voor zich dat ik met ‘advocaat’ doel op juristen (m/v) die conform de daartoe strekkende wettelijke regelgeving als zodanig zijn ingeschreven op het tableau bij het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Sint Maarten. Waar ik het heb over advocaat doel ik uiteraard ook op het vrouwelijk deel van de balie.

Een sluitende definitie geven voor het begrip ‘media’ is een stuk lastiger maar niet onoverkomelijk. De voor juristen niet vreemde a contrario redenering doet echter ook in deze opgeld. Ik doel namelijk wanneer ik het vandaag heb over ‘media’ niet op de volgende zaken: de meervoudsvorm van beweerdelijk helderziende en pretens contact met het hiernamaals hebbende vrouwen, maar ook niet op een dorpje in de staat Illinois dat in het jaar 2000 130 inwoners telde, welk aantal in 2006 overigens door het United States Sensus Bureau werd geschat op 120. Evenmin doel ik op de middelste snaar van het Griekse klankenstelsel of om bij de klanken te blijven ‘een stemhebbende of zachte plofklank’. En helemaal doel ik natuurlijk niet op de Bijbelse figuur met dezelfde naam of de Griekse meisjesnaam, die in andere dan de Engelse taal aangeduid wordt als Medea. En het spreekt ook voor zich dat ik niet doel op het gelijknamige schip dat als eerste na de Tweede Wereld Oorlog gebouwd werd voor het trans-Atlantische verkeer. 

Neen, de meest voor de hand liggende definitie van media is uiteraard die van ‘kranten, radio, televisie en tijdschriften, als middelen van massa communicatie’. Deze definitie c.q. dit begrip, waaraan het Bupo-verdrag de vrijheid koppelt voor het verzamelen, ontvangen en verzenden van informatie, doet mijns inziens tekort aan de hedendaagse samenleving. Waar van het internet nog gezegd kan worden dat dat slechts een (andere) verschijningsvorm behelst van de zojuist besproken communicatiemiddelen (kranten, radio, televisie en tijdschriften) en als zodanig dus - niettegenstaande haar onmiskenbaar groter bereik dan de oorspronkelijke verschijningsvorm - niet aan te merken valt als media, kan zelfstandige communicatieve kracht aan social media niet ontzegd worden. En dient social media als verplicht onderdeel van het media landschap gezien te worden en kan zij aan een definitie van media intussen niet meer ontbreken. 

Ik waag mij aan een niet limitatieve opsomming: Facebook, Linked In, Instagram  Twitter, websites en weblogs. Social media platforms lenen zich, toegegeven wordt soms tot irritatie toe, voor het ventileren van meningen, ideeën en opinies. 

Als advocaat heb ik een Facebook-pagina, ben ik connected on Linked In, twitter ik - overigens heb ik per vandaag nog maar 29 volgers, dus voelt u zich vrij mijn aantal volgers op te krikken @mirtomurray - en staat mijn kantoor ook op de eigen website, Facebook en Linked In. Wat Twitter betreft weet ik mij in goed gezelschap nu ook de AJV en minimaal een tweetal van haar bestuursleden een twitter account hebben en met enige regelmaat twitteren! 

Welnu, na deze korte introductie, advocaat en media, een per definitie mediageniek koppel. 

Terugblik advocatuur en media

Bij het bespreken van een onderwerp als het onderhavige kan een weliswaar korte terugblik niet ontbreken, waarbij ik mij beperk tot uitlatingen van advocaten in de media en buiten beschouwing laat uitlatingen over advocaten in de media. Het zou zonde zijn deze mooie vrijdagmiddag over geldwolven, zakkenwassers en met eetgerei (lees: vorken) urenschrijvende lieden te praten.

De relatie tussen advocaat en media was vroeger verre van harmonieus. Verder dan een obligaat nog het meest op een rouwbericht - inclusief zwarte rand - lijkende aankondiging, met in het meest saaie lettertype, ‘GEVESTIGD MR X, ADVOCAAT’ kwam de doorsnee advocaat niet. Om vervolgens bij overlijden slechts het woord ‘gevestigd’ te vervangen doen worden door het woord ‘overleden’. 

Deze advertentie is ontleend aan de Amigoe di Curaçao; Weekblad voor de Curaçaosche eilanden van 18 september 1937 en werd vier dagen later nog eens geplaatst.

In 1937 kom ik in de Amigoe di Curaçao de vestiging van mr H.A. Keuls tegen. Dat was overigens niet de eerste advertentie voor de vestiging van een advocaat. In 1871 adverteert de zojuist afgetreden procureur-generaal W.K.C. Sassen in de krant Civilisadó dat hij als praktizijn  is ingeschreven.   In de Amigoe di Curaçao kom ik in 1946 mr R.J. Isa, maar ook in 1967 mr H.P. Luijdens en in 1984 mr P.E.A.L.M. van de Laarschot in soortgelijke advertenties tegen. 

Tussentijds, dus tussen de vestiging en het overlijden, was een evenzeer op een rouwaankondiging lijkende publicatie van een faillissement (en vervolgens op enig moment de opheffing daarvan) nog mogelijk, maar niet voor iedere vakbroeder - het waren toen voornamelijk nog voorname mannen - weggelegd. Incidenteel werd een vermelding van een advocaat als procesgemachtigde bij een voorgeschreven publieke oproep gesignaleerd in de krant en bij uitstek de Curaçaose Courant. 

Zonder ook maar enige pretentie op volledigheid merk ik op in de Amigoe di Curaçao van 24 juli 1964 de advocate mr W. (Wilma) Boer tegen te komen, optredend tegen het Bestuurscollege van Curaçao namens Aerovista, de exploitant van het restaurant op de Albert Plesman Luchthaven.

En alhoewel een interview in de Amigoe van 14 maart 1970 met de hiervoor aangeduide advocate mr Wilma Boer met de veelzeggende titel ‘Bureau Huwelijksmoeilijkheden kan veel narigheden voorkomen’ het eerste interview in De West met een vrouwelijke advocaat lijkt te zijn, wil ik u een passage uit een interview met de op dat moment pas afgestudeerde en tot de balie toegetreden juriste mr Josephine Trinidad uit de Amigoe van zaterdag 14 juni 1975 niet onthouden al was het maar omdat het geslacht van de overigens niet nader aangeduide journalist zich moeilijk laat raden:

‘Wat aan Josephine het meest opvalt is niet haar mooie Afro, maar haar bewegelijkheid, de steeds wisselende uitdrukking op haar gezicht, een gezicht waarin haar ogen ondeugend lachen. Josephine is jong, mooi, het type waarvoor mannen op straat zich nog eens omdraaien. Je verwacht nu niet direkt dat deze vrouw criminologie als eerste keuzevak heeft gekozen […]’.

Hedendaagse primadonnas?

In het hedendaagse medialand kom ik advocaten in diverse hoedanigheden tegen. 

Allereerst is daar de advocaat als juridische dienstverlener die, zonder daar om te vragen, vanwege de zaak die speelt met naam en toenaam genoemd wordt in de media al dan niet voorzien van een - meestal afgaande op het ex-snorretje van dies of gene - gedateerde foto. Centraal staat de zaak of de uitkomst daarvan en en passant wordt melding gemaakt van de advocaat. 

Aan de overkant van de oceaan in het Nederlands deel van het Koninkrijk bestaat naast het begrip ‘BN-er’, meer nog dan in Curaçao, intussen ook het begrip ‘BA’ ofwel ‘bekende advocaat’. Dat soort laat zich vertroetelen in via de televisie uitgezonden kookprogramma’s, schuift aan bij de koffie in ochtendkletsprogramma’s en treedt op in spelletjesprogramma’s. Niet de zaak of het recht maar de bekende advocaat staat centraal. 

De BA doet ook van zich horen in de talkshows, nieuws-, achtergrond- en onderzoeksprogramma en wordt bij tijd en wijle met of zonder naamsaanduiding opgevoerd als ‘wel geïnformeerde juridische bron’ van een krant. Een verschuiving van het recht dat centraler staat dan de advocaat in kwestie, alhoewel zijn bekendheid voor de uitnodiging voor het programma wel van belang is.

Van andere orde is de advocaat die zich via de media tot het publiek wendt met ogenschijnlijk het doel zijn kennis van het recht te delen. De minder altruïstische achterliggende motieven die steevast naar modern spraakgebruik in het Engels worden uitgedrukt in woorden als ‘self marketing’, ‘pitching’ en ‘self branding’ liggen er duimendik bovenop maar een kniesoor die daarop let. De relatie tussen recht en de advocaat is overduidelijk aanwezig maar in feite is de uiting - veelal kosteloze - reclame voor de advocaat zelf, maar dan net iets anders verpakt! 

Een variant op de voorgaande categorie is de advocaat, veelal actief in de strafpraktijk, die zich te pas maar bovenal te onpas laat interviewen door de media. Het belang van de cliënt staat voorop en de trial by media is evident noodzakelijk, althans zo doet de advocaat zijn toehoorders geloven maar enige zelfreclame en het geassocieerd zijn met de verdachte met de grote naam wordt meer dan op de koop toe genomen.  Ik haast mij op te merken dat afgezet tegen het Openbaar Ministerie dat, voorzien van een Facebook-pagina, met een heuse woordvoerder eveneens de media ‘bestormt’, het allicht allemaal wel reuze meevalt. 

Weer een ander variant is de adverterende advocaat. Al dan niet voorzien van een gelikte foto van de man in kwestie wordt tegen betaling via de media de aandacht van het publiek gevestigd op de persoon van de advocaat en zijn kantoor. 

Tot slot is er nog de advocaat die weliswaar appelleert aan het recht maar in wezen zijn kritische mening ventileert over maatschappelijke ontwikkelingen en door hem gesignaleerde dito misstanden. Een enkele uitzondering daargelaten zijn dat advocaten die hetzij een politieke carrière ambiëren hetzij net een dergelijke carrière beëindigd hebben en weer terug ‘het vak’ in willen. De eerste weten zich in gezelschap van grote namen als Cicero, Maxmillien de Robbespiere, Abraham Lincoln, Mahatma Gandhi, Nelson Mandela, Fidel Castro en Barack Obama, die stuk voor stuk advocaten zijn geweest.  

Het spreekt voor zich dat een mengvorm van de verschillende hoedanigheden - zeg maar de echte primadonna’s onder ons - zeer wel tot de mogelijkheden behoort.

Kenmerkend voor de verschillende soorten in de media actieve advocaten is in ieder geval het actief gebruik van de vrijheid van meningsuiting. 

Grenzen aan de vrijheid van meningsuiting?

De vraag rijst of aan de op voormelde wijze gestalte gegeven vrijheid van meningsuiting door advocaten grenzen zijn. Het antwoord is een stellig ja! 

Gemakshalve laat ik de voor een ieder - dus ook voor advocaten - wetgeving in het Burgerlijk Wetboek en in het Wetboek van Strafrecht aangaande onrechtmatige daad en (respectievelijk) belediging buiten beschouwing en concentreer ik mij op de specifiek voor advocaten geldende wetgeving en regels.

Advocaten zijn op grond van de Advocatenlandsverordening 1959 gehouden zich te gedragen - kort gezegd - zoals het een goed advocaat betaamt. Ter verduidelijking van die algemene noemer is er, in navolging van de Nederlandse Orde van Advocaten, in Curaçao een set van Gedragsregels vastgesteld door de Orde van Advocaten van Curaçao.

Sedert 1999 is het op grond van de Gedragsregels voor Advocaten toegestaan publiciteit te bedrijven. De achtergrond van het voordien bestaande verbod werd veelal gezocht in het verboden geachte wervende karakter van uitingen van advocaten in de media.  Het bedrijven van publiciteit is echter slechts toegestaan zolang dat niet in strijd is met de Gedragsregels. Publiciteit drijven is als zodanig niet gedefinieerd maar het valt buiten het bestek van vandaag daar lang bij stil te staan.

Ik noem u de meest in het oog springende beperkingen die het gedragsrecht aan advocaten oplegt daar waar het het bedrijven van publiciteit betreft. Zo is het de advocaat verboden - in gedragsregel 35 - publiciteit te bedrijven ‘waarbij zijn diensten worden vergeleken met die van andere, met name aangeduide advocaten’. In het verlengde van het voorgaande is het de advocaat evenmin toegestaan in de publiciteit zijn tarieven of voorwaarden te vergelijken met die van andere met name aangeduide advocaten.  Het is de advocaat - op grond van gedragsregel 37 - niet toegestaan  ‘in publiciteit tot uitdrukking te brengen dat hij over specialistische deskundigheid beschikt, tenzij de door hem verworven kennis en ervaring aannemelijk is’. 

Van een andere aard is de bepaling in gedragsregel 38 die stelt dat behoudens voorafgaande toestemming van de cliënt ‘het de advocaat niet toegestaan [is] publiciteit te bedrijven over de bijzonderheden van zaken die bij hem in behandeling zijn of zijn geweest, over de persoon van zijn cliënt of over de aard en omvang van diens belangen’. Bij beantwoorden van vragen van de media of anderszins verlenen van medewerking aan publiciteit omtrent een zaak, dient de advocaat het belang van de cliënt en de ten opzichte van hem in acht te nemen zorgvuldigheid voorop te stellen. Hij verleent die medewerking niet tegen de kennelijke wil van de cliënt.

Evenmin is het - op grond van gedragsregel 43 - toegestaan melding te maken in reclame uitingen van functies waarin de advocaat door een rechterlijke instantie is benoemd, functies in de rechterlijke macht of functies die hij bekleedt in de Orde van Advocaten.

De advocaat die Gedragsregels overtreedt, loopt het risico door de tuchtrechter op de vingers getikt te worden met een sanctie variërend van een enkele waarschuwing tot schrapping van het tableau. Opmerkelijk is dat de jurisprudentie in De West, maar evenzeer in Nederland, nauwelijks (gegronde) klachten vertoont ter zake overtreding van de gedragsregels die met publiciteit te maken hebben.  Kennelijk zijn wij advocaten aan beide kanten van de oceaan braver dan ik in ieder geval vermoedde.

Aldus niet gehinderd door de gedragsregels op het gebied van publiciteit zijn advocaten volop vertegenwoordigd in het medialandschap en gaat er intussen geen dag voorbij of een advocaat staat op enige wijze centraal in een krantenartikel, weblog, twitter of in een radio- of televisie interview. De door mij geschetste hoedanigheden, meer nog de mengvormen daarvan, waarmee advocaten in de media hun mening ventileren doet er vaak niet toe. Ik ben dan ook voorzichtig geneigd te zeggen dat de media intussen niet meer zonder advocaten kan!

Ach, merk ik ter afronding maar ook ter relativering op, zoals professor Peter van Koppen, als hoogleraar rechtspsychologie verbonden aan de Universiteit van Maastricht en de Vrije Universiteit Amsterdam het treffend uitdrukt in de online krant www.nu.nl van 10 januari 2013 ‘Sommige advocaten proberen net iets te vaak in het openbaar hun piemeltje te poetsen!’ Piemel of piemeltje, piemel of geen piemel, feit is dat advocatuur en media intussen als een mediageniek koppel door het leven gaan!