Orgaan Donatie
mr Gerrit J. Scheper
Lichamelijke integriteit versus naastenliefde
Donor worden, vergt dat men zich ervan bewust wordt dat ook het (aardse) leven eindig is. De dood zal op een dag over het leven zegevieren. In religieuze termen kan men denken dat de ziel het lichaam verlaat en enkel het ‘overschot’ achterblijft. Steeds meer verschillende organen en weefsels kunnen tegenwoordig met succes van het ene naar het andere lichaam worden getransporteerd of van de ene naar de andere plaats van een lichaam. Maar deze tak van geneeskunde roept ook tal van (ethische) vragen op.
Bij het constateren van de (hersen)dood is het mogelijk gezonde organen en/of weefsels beschikbaar te stellen aan personen die zonder deze donatie dood zouden gaan of met een slechtere levensconditie moeten doorleven. Deze mensen zouden aanzienlijk gebaat kunnen zijn bij een juiste portie naastenliefde van de donor. Vaak kunnen personen die aan orgaanziekte lijden hun leven niet meer naar eigen wil inrichten en in plaats daarvan staat het leven dan meestal geheel in het teken van medicijnen en de ziekte. Een nieuw orgaan kan dan perspectief bieden voor een vreugdevol en bovenal menswaardig bestaan en betekent niet zelden een verlenging van de levensduur. De overheid heeft hier volgens mij de taak om een uitgebreide voorlichtingscampagne tot stand te brengen. Naar mijn mening is de noodzaak daartoe overduidelijk aanwezig nu eenmaal een behoorlijk aantal Antillianen op de welbekende buitenlandse wachtlijsten zijn opgenomen in afwachting van het verlossende telefoontje dat een orgaan beschikbaar is. Direct gevolg van het invoeren van een wettelijke regeling is het ondragelijk lijden van onze landgenoten verkorten en het garanderen van onze eigen ethische waarden en zorgvuldigheidsnormen. De mensen die vanuit naastenliefde hieraan hun medewerking willen verlenen zouden dat in beginsel ongestoord moeten kunnen doen. Immers de meeste chirurgisch-technische problemen zijn tegenwoordig grotendeels opgelost.
“Een ieder heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer”
Het recht en de lichamelijke donatie
Het recht op leven wordt in artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermd. Niemand mag opzettelijk van het leven worden beroofd, behoudens door de tenuitvoerlegging van een gerechtelijk vonnis wegens een misdrijf waarvoor de wet in de doodstraf voorziet. Het gemeld verdragsartikel kan echter in het gedrang komen indien een patiënt niet bijtijds de beschikking krijgt over een donororgaan. Daarnaast staat in artikel 11 van de Grondwet te lezen dat een ieder recht heeft op onaantastbaarheid van het lichaam. Artikel 10 van de Grondwet geeft aan dat een ieder recht heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Naar mijn mening wordt geen inbreuk gemaakt op het recht van onaantastbaarheid van het lichaam en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer indien zich een situatie van orgaandonatie voordoet en de orgaandonateur geheel vrijwillig er voor heeft gekozen om zijn medewerking hieraan te verlenen. Zelfs niet in het geval waarbij de orgaandonor in een formeel stuk de keuze uitdrukkelijk heeft overgelaten aan zijn nabestaanden dan wel nader schriftelijk heeft aangegeven andere personen die dan mogen beslissen of er orgaandonatie mag plaatsvinden. Uiteraard dient aan een aantal strikte wettelijke zorgvuldigheidsvereisten te worden voldaan, alvorens aan een dergelijk proces goedkeuring kan worden verleend. Zoals eerder betoogd, zal het invoeren van een wettelijke regeling inzake orgaandonatie gepaard moeten gaan met een voorlichtingscampagne en een deugdelijke maatschappelijke discussie. In ieder geval zal het eigenlijk zo moeten zijn dat potentiële donateurs van organen of weefsels vanuit hun zelfbeschikkingsrecht vrijelijk dienen te kunnen beschikken en beslissen over hun lichaamsdelen. Het ontbreken van orgaandonatiebeleid in de Nederlandse Antillen zorgt ervoor dat een deel van onze landgenoten een gecompliceerd en zeer vermoeiend proces moeten doormaken om in het buitenland op een wachtlijst te komen en daarmee hopelijk in aanmerking komen voor een ‘nieuw’ orgaan. Deze opnames op de buitenlandse wachtlijsten typeren op zich al in voldoende mate de dringende behoefte aan orgaandonoren op de Nederlandse Antillen. Wellicht dat bij het bestaan van een deugdelijk orgaandonatiebeleid op de Antillen, vraag en aanbod beter op elkaar zouden aansluiten. De problematiek van de weinig besproken orgaandonatie is dat het een erg medisch onderwerp is en daarbij ethisch gevoelig. Naar mijn mening verdienen juist dit soort onderwerpen de voorkeur om behandeld te worden vanuit diverse invalshoeken en in elk geval niet te worden onderworpen aan enige vorm van struisvogelpolitiek.
Orgaandonatie
De twee belangrijkste vormen van orgaandonatie zijn de postmortale donor en de levende donor. Postmortale donatie vindt plaats nadat de dood bij de donor al is ingetreden; bijvoorbeeld organen als het hart, de longen en het hoornvlies. De organen die in aanmerking komen voor levende orgaandonatie zijn voornamelijk de nier en de lever. Orgaantransplantatie door middel van levende donoren vindt plaats door middel van een ‘living-related’ donor, dit houdt in dat er sprake is van familiedonatie. Verder bestaan er commerciële vormen van orgaandonatie, deze worden ‘living-unrelated’ donor genoemd. De living-unrelated donor komt vaak voor in arme landen. De levende donor kan dan een onbekende persoon zijn, die zijn orgaan in ruil voor geld heeft afgestaan. Op deze manier heeft orgaantransplantatie weinig tot niets te maken met humaniteit en wordt het verschil tussen arm en rijk eens temeer verder benadrukt. Daarbij is deze wijze van handelen gedoemd om in de criminele sfeer terecht te komen, ook wel ‘orgaanmaffia’ genoemd. Ouders brengen hun zieke kinderen naar een ziekenhuis in een sloppenwijk en wanneer ze hun kinderen komen ophalen zijn bepaalde organen verwijderd. Het medische dossier wordt vervolgens verbrand en niemand kijkt er meer naar om. Een wettelijke regeling inzake orgaandonatie kan daarom bijdragen tot het bevorderen van rechtszekerheid en een legaal beleid. De donor, artsen, en nabestaanden weten dan precies waar zij aan toe zijn. Orgaantransplantatie kan dan op een maatschappelijk verantwoorde wijze plaatsvinden. Tevens kan een wettelijke regeling het aanbod van donororganen bevorderen, daar mensen worden gestimuleerd om na te denken over de keuze al dan niet donor te willen worden.
Orgaandonatiebeleid
Bekeken zou kunnen worden welk systeem in de westerse wereld het meest wordt toegepast of welk systeem dan wel samengesteld systeem het beste aansluit bij de cultuur van de Nederlandse Antillen. In de gehanteerde systemen bestaan veel onderlinge verschillen. In de landen Spanje, Oostenrijk, België, Frankrijk, Italië en Zweden hanteert men een zogenoemd ‘geen-bezwaarsysteem’. Bij dit systeem is in principe iedereen donor, tenzij hiertegen uitdrukkelijk bezwaar is gemaakt, waar dan een schriftelijke registratie van wordt gemaakt. De voorstanders van dit systeem menen dat zulks solidariteit toont met de mensen die op de wachtlijst staan voor een orgaan. Tegenstanders van het bezwaarsysteem menen dat het toestemmingssysteem een betere invulling geeft aan het zelfbeschikkingsrecht van mensen dan wanneer de bereidheid tot het zijn van donor wordt verondersteld en iedereen bij voorbaat automatisch als donor wordt beschouwd. Bij dit laatste orgaandonatiebeleid kan men precies aangeven welke organen men beschikbaar wenst te stellen. Dit kunnen bijvoorbeeld alle organen zijn, maar ook slechts één enkel orgaan. Deze individuele keuze kan worden weergegeven in een ‘donorcodicil’ [een verklaringsdocument], dat men altijd bij zich dient te dragen. Een ander voordeel van het toestemmingssysteem is dat de geregistreerde keuze op elk moment veranderd kan worden. Eenmaal de keus gemaakt betekent dus niet dat je dit je leven lang niet meer kan terugdraaien.
“Alleen een patiënt die zelf donor is beroep kan maken op een donororgaan”
In de Verenigde Staten hanteert men een vorm van wederkerigheid, namelijk het systeem van ‘donor for donors’. Wie in beginsel organen wil ontvangen moet ook bereid zijn als donor op te treden. Dit betekent dat alleen een patiënt die zelf donor is aanspraak kan maken op een donororgaan. Er wordt geredeneerd vanuit het rechtvaardigheidsprincipe van Rawl’s, dat ervan uitgaat dat je niet weet welke rol (orgaandonor of ontvanger) je zal gaan bekleden. In Latijns-Amerika wordt geen van bovenstaande systemen toegepast. Toch is de afgelopen jaren het aantal beschikbare donoren enorm gestegen. We hebben het hier dan over ‘living-related’, maar vooral ‘living-unrelated’ donorschap. Zoals al eerder in dit artikel uiteengezet, is deze manier van het reguleren van donorbeleid al snel gedoemd in de illegaliteit te belanden.
Naar mijn mening zou een toestemmingssysteem met als extra bijzondere voorwaarde het principe van de wederkerigheid, ‘donor for donors’, het beste kunnen aansluiten bij onze cultuur op de Nederlandse Antillen. Bij het invoeren van een orgaandonatiebeleid, als in het voorgaande beschreven, kan voorts worden gedacht aan het toepassen van een ‘donorcodicil’ dan wel een andere schriftelijke registratiewijze, waarin dan de verdere uitwerking kan worden opgenomen. Een centraal registratiesysteem zou dan echter mijn voorkeur genieten, gezien dit ten goede zou komen van de rechtszekerheid.
Lichamelijke integriteit
Orgaandonatie is nu eenmaal een emotionele, intellectuele beslissing voor ieder individu. Schokkende verhalen van doodzieke mensen die op een wachtlijst staan in afwachting van een donor, zullen niet altijd bijdragen aan de keus om wel of geen donor te worden.Juist over de aspecten die wel een rol spelen bij de keuze dient de bevolking te worden geïnformeerd. Deze aspecten zullen volgens mij grotendeels gevormd worden door visies. De belangrijkste reden voor twijfel over het wel of geen donor worden, is gelegen in het belang dat veel tradities hechten aan de integriteit van het lichaam, ook wel zelfbeschikkingsrecht genoemd. Feit is dat je eigenaar bent van je eigen lichaam, inclusief de tegenslagen die het leven je kan bieden. Niemand, ook de overheid niet, hoort een beslissing te nemen over de organen die alleen toebehoren aan jezelf.
Conclusie
Orgaandonatie getuigt van een spanningsverhouding tussen integriteit en naastenliefde. Het vastleggen van regels betreffende orgaandonatie op de Nederlandse Antillen staan mijns inziens zeker in verhouding tot een weloverwogen keuze van ieder individu, het doen ontstaan van lokaal beschikbare donororganen en het redden en/of verbeteren van mensenlevens. Men behoort niet te worden gedwongen organen af te staan. Echter, van een ieder mag wel worden verwacht om erover na te denken. Hetgeen volgens mij niet kan worden gezien als een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. Het lichaam dient met respect te worden behandeld, maar ook dit wil nog niet zeggen dat orgaandonatie niet mogelijk is op de Nederlandse Antillen!
Small Murray Scheper, advocaten
Rozenweg nummer 4
Mahaai, Curaçao
Telefoonnummer: 738 02 80
Fax nummer: 738 02 81
Email: scheper@sms-advocaten.com
<< Terug |