Tijdelijke beschikking invoer frisdranken en bier
mr Mirto F. Murray
MR Dagblad
De overvloedige aanwezigheid van buitenlandse frisdranken en bieren op de lokale markt is kennelijk de (toenmalige) Minister van Economische en Arbeidszaken een doorn in het oog (geweest).
Bij Ministeriele Beschikking met algemene werking [MB] van 22 april 2005 is door de (toenmalige) minister een invoerverbod ingesteld ter zake frisdranken en bier. Bedoeld MB is gepubliceerd in het recentelijk (feitelijk) gepubliceerde Publicatieblad 2005 nummer 57 en treedt in werking met ingang van 1 augustus 2005. Opmerkelijk genoeg is de citeertitel van de MB, op grond van artikel 10, ‘Tijdelijke beschikking invoer frisdranken’. Ik zeg opmerkelijk omdat niettegenstaande de citeertitel, als een duveltje uit een doos, ook de invoer van bier zonder daartoe strekkende vergunning wordt verboden.
Op de rechtsgeldigheid van de MB valt het nodige af te dingen nu deze, in kennelijke strijd met de wet, tot stand is gekomen zonder dat de bestuurscolleges van de eilandgebieden waarop de MB betrekking heeft, zijn gehoord.
Maar first things first. De MB stelt in een verbod om, ‘zonder of in afwijking van een vergunning van of namens de Minister van Economische en Arbeidszaken, frisdranken en bier in de eilandgebieden Bonaire of Curaçao in te voeren’. Het is voorts verboden frisdranken en bier die in strijd met het vorenstaande zijn ingevoerd, te verkopen of aanwezig te hebben met het oogmerk deze te verkopen.
Blijkens de toelichting op de MB maakt bedoeld invoerverbod onderdeel uit van een pakket ondersteunende maatregelen dat de regering vastgesteld heeft ten behoeve van de industriële ondernemingen in het eilandgebied Curaçao. Dit pakket is vastgesteld met het oog op minimalisering van de negatieve effecten die deze ondernemingen ervaren als gevolg van de afbouw van de marktbescherming die in het jaar 2000 is ingezet en per 1 januari 2005 is afgerond.
De MB heeft, blijkens de toelichting, als doel op korte termijn te voorkomen dat frisdranken en bier, die in het buitenland en uitsluitend voor de betreffende buitenlandse markt zijn geproduceerd, in de eilandgebieden Bonaire en Curaçao worden ingevoerd. Zijn de prijzen van deze frisdranken en bier doorgaans in die markt kunstmatig laag gehouden, terwijl het, aldus nog steeds de toelichting, voor zich zou spreken dat daardoor deze producten aan de lokale consument tegen lagere prijzen kunnen worden verkocht, hetgeen oneerlijke concurrentie met zich brengt jegens de lokale producenten van deze producten. Het voorgaande is niet in het belang van de lokale economie. Bovendien, zo vervolgt de toelichting, gaat vaak de kwaliteit van de in het buitenland geproduceerde frisdranken en bier, die uitsluitend voor consumptie in het land van productie bestemd zijn, als gevolg van transport sterk achteruit, omdat de verpakking niet berekend is op dergelijk transport.
Frisdranken worden in de definitiebepaling omschreven als: ‘niet-alcoholische drank, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, gearomatiseerd mineraalwater en spuitwater, daaronder begrepen, met uitzondering van vruchtensappen’. Malta wordt voorts eveneens als frisdrank aangemerkt.
De aanvraag voor een vergunning, die ook per fax kan geschieden, mits de originele aanvraag wordt nagezonden, moet worden ingediend bij de Directie Economische Zaken. De schriftelijke aanvraag moet een aantal gegevens bevatten zoals de naam en adresgegevens van de aanvrager, een afschrift van de vestigingsvergunning en een uittreksel uit het Handelsregister. Op zich niets onoverkomelijks lijkt mij. De toelichting leert nog dat in de praktijk de vergunning verleend zal worden door de Directeur Economische Zaken, terwijl de MB nog bepaald dat binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag op de aanvraag wordt beslist. Ook hier lijkt in beginsel niets mis. Een overheidsorgaan dat zich verbindt om binnen twee weken (!) een beslissing te geven is – afgezet tegen de alleszins feitelijk (veel) lange(re) wachttijden voor de afgifte van een vestigingsvergunning, verblijfsvergunning en noem nog maar een vergunning of drie, vier – uitermate gunstig en eigenlijk alleen maar toe te juichen. Of het in de praktijk ook daadwerkelijk de Directeur gelukt om binnen twee weken inderdaad een invoervergunning af te geven, althans een – volgens de toelichting – ‘gemotiveerde’ schriftelijke beslissing te nemen, valt nog te bezien. Niet getreurd, de toelichting merkt en passant nog op dat de LAR van toepassing is op beslissingen op aanvragen voor een invoervergunning. Beredeneerd zou kunnen worden dat indien de (nota bene gemotiveerde) beslissing aldus binnen twee weken uitblijft, een fictieve weigering kan worden aangenomen en de weg naar de LAR-rechter openstaat. Wel het beroep instellen tegen de Minister en niet de Directeur; de laatste handelt namelijk slechts op grond van een zogeheten mandaat-verhouding, zodat de Minister verantwoordelijk blijft en dus ook in rechte dient te worden aangesproken ter zake fictieve weigeringen of (gedeeltelijke) afwijzingen op de aanvraag voor een invoervergunning. Mooi staaltje wetgeving dus; het instellen van een invoerverbod, de mogelijkheid tot het aanvragen van een invoervergunning met op korte termijn een (gemotiveerde) beslissing en een beroepsmogelijkheid bij de LAR-rechter indien de gewenste beslissing uitblijft.
Ik vergat echter u te informeren over de voorwaarden die gelden voor de afgifte van een invoervergunning. Op grond van artikel 4 wordt de invoervergunning verleend indien de aanvraag de volgende informatie omvat:
a. een nauwkeurige omschrijving van de in te voeren frisdrank of bier;
b. de leverancier van de frisdranken of bier;
c. het merk van de frisdranken of bier;
d. het land van herkomst van de frisdranken of bier;
Daar kan natuurlijk niets op tegen zijn. Een nadere toelichting geeft het MB voorts ook niet. Maar weten welk frisdrank of bier, door wie vervaardigd of geleverd, van welk merk en waar die producent of leverancier gevestigd is, is natuurlijk voor iedere dorstige consument van eminent belang. Cola uit de VS smaakt nou eenmaal anders dan cola uit Venezuela of pak 'm beet Suriname. Heeft met de kwaliteit en samenstelling van het drinkwater te maken, heb ik mij ooit laten vertellen. Maar goed dat was nog niet alles.
De aanvraag voor een invoervergunning dient namelijk op grond van datzelfde artikel 4 ook nog te beschikken over de navolgende informatie:
e. een bewijs dat de door de producent op en als integraal onderdeel van de verpakking in het kader van het productieproces wordt of zal worden vermeld:
1. in vetgedrukte, Romeinse hoofdletters de woorden “IMPORTED’ of “FOR EXPORT”;
2. naam- en adresgegevens van de producent;
3. naam- en adresgegevens van de aanvrager van de vergunning.
f. het bruto- en nettogewicht van de frisdranken in liters, centiliters of milliliters of de daarvoor gangbare afkortingen, dan wel het aantal eenheden of stuks.
Nu wordt het pas echt interessant. De aanvrager moet dus bewijzen dat de producent een aantal gegevens op de verpakking van de frisdranken of het bier zal vermelden. Niet zomaar gegevens; neen, de producent moet op de verpakking, in de MB omschreven als ‘het omhulsel, waarin een individuele eenheid frisdrank of bier aan een eindverbruiker wordt of pleegt te worden aangeboden’, de woorden ‘imported’ of ‘for export’ opnemen. En niet zomaar die woorden; neen, dat moet in ‘vetgedrukte, Romeinse hoofdletters’. Bold en caps dus voor de gebruikers van een Engelstalige versie van Word. Daarnaast moet op de verpakking de naam- en adresgegevens van de producent vermeld worden. Nu zul je op de internationale frisdranken- en biermarkt, die mij overigens vreemd is, best wel partijen drank kunnen kopen die melding maken van de naam en het adres van de producent. Een quick scan in de koelkast thuis wees dat al uit. Je kunt op die markt wellicht partijen tegen komen waarop de fameuze woorden ‘imported’ of ‘for export’ staat vermeld. Maar dan ‘in vetgedrukte, Romeinse hoofdletters’? Ik zou het echt niet weten, maar voor de hand liggend is het niet echt.
Hetgeen echter de deur dicht doet is dat de aanvrager bewijs moet leveren dat de producent ook de naam- en adresgegevens van de aanvrager op de verpakking zal vermelden. Ziet u dat voor u? Dat aan een colafabrikant in Venezuela gevraagd wordt of hij voor die anderhalve container cola die deze kant uitkomt nog even – ja, dus naast de ‘in vetgedrukte, Romeinse hoofdletters’ geschreven woorden ‘imported’ of ‘for export’ – de naam- en adresgegevens van een onzer lokale importeurs opneemt op de verpakking.
‘Kwestie van sticker op de verpakking plakken’ denkt de snelle lezer. Nee dus, zowel de tekst van de MB als de toelichting laten op dat punt niets aan de creativiteit over. Expliciet merkt de toelichting op dat het ‘niet is toegestaan dat de voorgeschreven vermeldingen achteraf (bijvoorbeeld door het aanbrengen van een sticker) buiten het productieproces om worden aangebracht.’. Nee, drukwerk op de verpakking aangebracht door niemand anders dan de producent zelf dus.
Geinig is nog dat met de hierboven gegeven omschrijving van ‘verpakking’, te weten ‘het omhulsel, waarin een individuele eenheid frisdrank of bier aan een eindverbruiker wordt of pleegt te worden aangeboden’, zonder al te veel juridische creativiteit volgehouden kan worden dat bij cola die, verkregen uit een zogenaamde softdrink automaat, of bier dat, verkregen van de tap, per glas of (plastic) beker verkocht wordt het glas of de beker de ‘verpakking’ is met alle leuke gevolgen van dien. Dus hele verhalen op het glas of de (plastic) beker. Let wel; ook dan ‘in vetgedrukte, Romeinse hoofdletters’.
De vraag die toch bij mij rijst, is of de (toenmalige) minister zich bewust is geweest van de vergaande strekking van zijn MB. Gegeven de kleinschaligheid van onze markt op Bonaire en Curaçao en ervan uitgaande dat, met name Europese frisdrank- en bierproducenten niet zitten te wachten op het toevoegen van de naam- en adresgegevens van een lokale importeur op hun blikjes en flesjes, is het volgende namelijk een ongewenst neveneffect van de MB. Geen Bitter Lemon in de supermarkt en in het café. Hetzelfde lot zijn de navolgende, in willekeurige volgorde opgesomde, dranken beschoren, Apolinaris, Cassis, Spa rood, Gatorade, Kriek Grolsch, Duvel etc., etc.
Daar waar de bedoeling van de MB de bescherming van de lokale frisdrankproducenten [in totaal drie stuks] en bierproducent [maar eentje] was, wordt de hele frisdranken- en biermarkt overhoop gegooid. Geen van de drie frisdrankfabrikanten heeft bij mijn weten de hierboven opgesomde frisdranken ooit geproduceerd. Onbegrijpelijk is dan ook dat die kennelijke bescherming zover gaat dat Cassis of Bitter Lemon drinken maar vervangen moet worden door lokale cola en de overige zoete dranken. En tegelijkertijd (nota bene door een partijgenoot van die toenmalige minster) maar roepen dat toerisme de toekomst van het eiland is. Ziet u dat ook voor u? In een lokaal hotel probeert een jonge, net door haar door het CTDB verzorgde Tourism Awareness Course gekomen, waittress uit te leggen aan een verwende Nederlandse toeriste dat het hotel (en eigenlijk het hele eiland, hoor mevrouw) geen Bitter Lemon schenkt omdat die vervelende producent in Nederland ‘gewoon’ weigert om de naam van een lokale importeur op zijn blikjes af te drukken. ‘Vervelend hé’, voegt ze er nog aan toe, terwijl ze een glaasje awa lamoenchi bij wijze van vervanging inschenkt.
Als doekje voor het bloeden geldt nog de volgende schijnoplossing. Op grond van artikel 7 is het mogelijk dat de minister ontheffing verleent van de vergunningsplicht ‘om tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard welke zich kunnen voordoen bij de toepassing van deze beschikking’. Geholpen dacht u? Blikje Bitter Lemon of Kriek binnen handbereik? Vergeet het maar. De toelichting merkt namelijk op dat het voornemen bestaat deze ontheffingsmogelijkheid toe te passen ‘ter zake de invoer van frisdranken voor consumptie- of gebruiksbehoeften van het eilandgebied Bonaire. Door de ontheffingsmogelijkheid kunnen frisdranken worden ingevoerd, waarvan de verpakking niet de vermelding “IMPORTED’ of “FOR EXPORT” bevat.’. Het vereiste dat de naam- en adresgegevens van de – op een nog kleinere markt gevestigde - Bonairiaanse importeur op de verpakking staat, blijft aldus ook in dat geval gehandhaafd. Nou, daar moet toch erg lang over nagedacht zijn binnen het ambtelijk apparaat rondom de (toenmalige) minister.
Dit wetgevingsproduct schiet zijn doel voorbij en levert a prima vista een kanonskogel op waarmee getracht wordt een mug te doden. Het is broddelwerk door een ontheffing te creëren waarmee in de praktijk niets gedaan kan worden. De MB is opgezet om de twee grote en ene kleine lokale frisdrankproducenten te beschermen. Duidelijk is voorts dat pas in een latere fase de (toenmalige) minister zich bedacht en ook bier aan een invoerverbod wilde onderwerpen. Anders valt niet te verklaren dat zowel de intitule als de officiële citeertitel slechts melding maken van frisdranken terwijl voorts in de hierboven geciteerde voorwaarden voor het aanvragen van een vergunning [hierboven onder f.] zonder enige verklaring voor het onderscheid slechts ten aanzien van frisdranken is bepaald dat vermeld moet worden de ‘bruto- en nettogewichten’ in liters of veelvouden daarvan. Haastwerk ter accommodatie van een handjevol producenten.
Zeer opmerkelijk is nog dat de financiële analyse die gemaakt is van het effect van de invoervergunning als belangrijkste uitkomst geeft dat ‘de economische gevolgen van een eventuele prijsstijging niet al te dramatisch zullen zijn’. Het moet niet gekker worden; daar waar kennelijk beoogt is de werkgelegenheid bij de lokale producenten van Coca Cola, Pepsi Cola, Dobbel Shot en Amstel te waarborgen, worden over het hoofd gezien het verlies van werkgelegenheid of stagnatie in de groei daarvan als gevolg van de mogelijke ontslagen bij de importeurs van frisdranken en bier en daarnaast nog in het horecawezen en in de snack op de hoek!
Ik hoop dat de nieuwe minister zijn verantwoordelijkheid neemt en deze onzinnige maatregel voorgoed de wereld uit helpt.
Toch een woord van troost tot slot dan. In zijn haast de MB in te voeren is de (toenmalige) minister vergeten een overgangsregeling op te nemen. Dat betekent dat per 1 augustus 2005 een verbod op invoer van frisdranken en bier zonder invoervergunning geldt. Per genoemde datum geldt dus voorts dat het verboden is frisdranken en bier, die in strijd met het verbod zijn ingevoerd, te verkopen of aanwezig te hebben voor de verkoop. Frisdranken en bier die voor 1 augustus 2005 zijn ingevoerd zijn echter niet in strijd met het invoerverbod ingevoerd. Daarover mag de verkoper derhalve vrijelijk beschikken. Laten we hopen dat de supermarkten grote hoeveelheden frisdrank en bier zullen inslaan voor 1 augustus 2005. Die dranken zijn meestal lang houdbaar en de MB heeft (gelukkig) zelf maar een beperkte geldigheidsduur van slechts zes maanden waarna die vervangen moet worden door een landsbesluit dat hopelijk niet komt! Met Arthur Donkers blijf ik lachen - en misschien nog zes maanden bitter lemon drinken – op dit eiland.
Small Murray Scheper, advocaten
Rozenweg nummer 4
Mahaai, Curaçao
Telefoonnummer: 738 02 80
Fax nummer: 738 02 81
Email: murray@sms-advocaten.com<< Terug |